Japan leunt op achtervolgsters bij ontbreken 500 meter-kanonnen

Japan leunt op achtervolgsters bij ontbreken 500 meter-kanonnen

Als ze zaterdag in Kolomna hun wereldtitel prolongeren, zal er over het falen van Nederland worden gesproken. En niet over hun uitzonderlijke prestatie. Zo was dat ook bij de wereldtitel van de Japanse achtervolgsters in 2015 en de twee wereldbekerzeges die de formatie dit seizoen boekte. Nu het typisch Japanse 500 meter-kanon niet thuis geeft, leunt Japan vol op de achtervolgingsdames.

Foto: SchaatsFoto’s

Van zekerheid naar onzekerheid
Een Japanse medaillewinnaar op de 500 meter bij de heren was lange tijd één van de zekerheidjes op de WK afstanden. Tot een jaartje of vijf geleden, toen de Japanse hegemonie op de kortste afstand langzaam begon af te brokkelen.

Met Joji Kato had het Aziatische eiland nog één ijzer in het vuur, maar nu ook hij het na zijn tussenjaar laat afweten, ontbreekt de witte vlag met rode stip vaker dan eens op het eerste uitslagenblad.

In Sotsji sprintte Nederland Japan voorbij op de halve kilometer. Inmiddels zorgen de Canadezen en de Russen er op hun beurt voor dat Nederland in hetzelfde vaarwater zit als Japan, een land van de tweede garnituur op de kortste afstand.

Japanners mogen zich gelukkig prijzen als er een landgenoot bij de eerste tien rijdt op de meest spectaculaire afstand die er bestaat. Sprintgrootheid Hiroyasu Shimizu vreet zich op voor zijn televisiescherm.

Keizerrijk op ploegenachtervolging
Met uitzondering van de wisselvallige Nao Kodaira op de 500 meter en Misaki Oshigiri op de massastart, geldt individueel gezien hetzelfde voor de Japanse vrouwen als voor de mannen. De prestaties hebben weinig om het lijf.

In teamverband is dat een compleet ander verhaal. De dames uit het land van de rijzende zon verhieven het Nederlandse koninkrijk op de ploegenachtervolging tot Japans keizerrijk met hun wereldtitel in 2015.

Nederland en Japan troffen elkaar daarna drie keer. In twee van die gevallen moest Nederland het onderspit delven. De nederlaag die de Nederlandse vrouwen Japan toebrachten in Calgary was daarom eerder uitzondering dan regelmaat.

Het mag gezegd worden dat Neerlands kopvrouw Ireen Wüst bij elk van die ontmoetingen in wereldbekerverband ontbrak. Maar de Brabantse was gewoon van de partij bij het verlies op het WK.

Individueel middenmoot, gezamenlijk wereldtop
Het is een waarheid als het ijs glad is dat Japan voor het eerst voor scheurtjes in de Nederlandse heerschappij op de ploegenachtervolging zorgt, sinds de Oranje-vrouwen het onderdeel in 2011 serieus begonnen te nemen.

De manier waarop het Japanse team die prestaties levert verdient lof. Bij Japan wordt gerouleerd met Oshigiri, Ayaka Kikuchi, Miho Takagi en Nana Takagi. Het is een team van individuele middenmoters, dat gezamenlijk hoge ogen gooit. Vergelijkbaar met hoe de Zuid-Koreanen dat bij de mannen doen.

Individueel redelijk, maar samen wereldtop. Hoe kan dat toch? Een verklaring is dat de vier vrouwen ongeveer allemaal op hetzelfde niveau zitten. Dat is belangrijk als je zes rondjes samen moet schaatsen.

Nederland heeft met Ireen Wüst een absolute topper, een vrouw die boven de andere Nederlandse vrouwen op de ploegenachtervolging uitsteekt als ze in topvorm is. Wüst is een fijne motor om een goede tijd neer te zetten, maar is door het niveauverschil met de andere vrouwen zomaar in staat om een teamgenote de vernieling in te rijden.

De vaste selectie van Japan is een ander voordeel in vergelijking met Nederland. Veel Nederlandse schaatssters blinken uit op meerdere afstanden. Daarom moeten zij ook wel eens keuzes maken tussen welke afstanden ze gaan rijden in een weekend. Het gevolg is dat het Nederlandse team op de ploegenachtervolging soms een paar weekenden achter elkaar met een andere samenstelling rijdt.

Vijftienjarige olympiër
Oshigiri, Kikuchi en de Takagi-zusters zijn vier vrouwen die niemand zou opmerken als ze een dagje zouden bijspringen bij een sushibar in de binnenstad van Rotterdam.

Dat komt door de belangstelling voor de sport en de aandacht voor de ploegenachtervolging, nog altijd veel geringer dan die voor de individuele nummers.

Als vermeld: Oshigiri is op de massastart een topper. Bij de wereldbekerwedstrijd in Heerenveen greep ze zelfs goud op die discipline. Ook op de andere nummers heeft de pupil van de Nederlandse bondscoach Johan de Wit de meeste potentie.

Voorts zou je Kikuchi kunnen kennen als tegenstandster van Jorien ter Mors, tijdens haar gouden olympische 1500 meter-race in Sotsji.

Miho Takagi kreeg als vijftienjarige debutant op de Spelen van vier jaar daarvoor in Vancouver ooit de schijnwerpers op zich gericht. Zus Nana ontbrak daar, maar was er in tegenstelling tot Miho wel bij in Sotsji.

Status van Shimizu
De vrouwen hebben in Japan bij lange na nog niet de status van Hiroyasu Shimizu, die vijf wereldtitels achter zijn naam heeft staan. Maar de Japanse achtervolgsters brachten Japan vorig jaar het eerste vrouwelijke WK-goud ooit, en dat is ook wat waard.

Als de Japanse vrouwen zaterdag rond vijven opnieuw wereldkampioen zijn, mogen ze zich met recht de nieuwe kanonnen van de Japanse schaatssport noemen. De Japanse 500 meter-generatie is weggevaagd door vier vrouwen die het woord ‘team’ tot in perfectie definiëren.

Powered by Calculate Your BMI
%d bloggers liken dit: