Analyse: De massastart, na twaalf jaar weer een olympische debutant

Analyse: De massastart, na twaalf jaar weer een olympische debutant

Na twaalf jaar staat er zaterdag weer een nieuw onderdeel op het olympisch schaatsprogramma. In 2006 was de ploegenachtervolging de laatste debutant, in Pyeongchang strijden de schaatsers voor het eerst om het olympisch goud op de massastart. Een analyse van het slotnummer van het olympisch schaatstoernooi.

Foto: SchaatsFoto’s

Recordaantal landen
Na enkele testraces kreeg de massastart in het seizoen 2011/2012 voor het eerst een plekje op de wereldbekeragenda. In 2015 werd de discipline voor het eerst verreden bij het wereldkampioenschap afstanden. In Heerenveen kroonden Arjan Stroetinga en Irene Schouten zich tot de eerste wereldkampioenen.

De achterliggende gedachte van de invoering van de massastart is het aantrekken van schaatsers uit andere landen. Dat is aardig gelukt. Een recordaantal van 29 landen heeft in Pyeongchang één of meerdere schaatsers actief, dat is mede aan de massastart te danken. Het oude record behoorde toe aan de Spelen van Nagano (1998), waar 25 landen meededen aan het olympisch schaatstoernooi.

Skeelerachtergrond
Als je een land wil noemen dat de vruchten plukt van de invoering van de massastart, dan is Denemarken verreweg het beste voorbeeld. Waar de Denen bij de vorige Winterspelen met nul schaatsers actief waren, zijn ze nu met drie rijders vertegenwoordigd. Voor elk van hen geldt bovendien dat ze in Zuid-Korea louter in actie komen op de massastart.

Laura Gomez is één van de schaatsers die zich voor de Spelen heeft gekwalificeerd dankzij de invoering van de massastart.

De drie deelnemende Denen hebben allemaal een verleden als skeeleraar. Stefan Due Schmidt, Viktor Hald Thorup en Elena Møller Rigas vormen daarmee geen uitzondering: een groot deel van de deelnemers aan de massastart heeft een skeelerachtergrond. Zoals bijvoorbeeld ook Irene Schouten, veelvoudig wereldkampioen Joey Mantia en de Colombiaanse Laura Gomez. De massastart heeft buiten de ondergrond een hoop overeenkomsten met het skeeleren. Denk daarbij aan het rijden in een groep en de tactiek die een rol speelt.

De 24 deelnemers bij de mannen en vrouwen rijden op deze Spelen eerst een halve finale. De beste acht per halve finale kwalificeren zich voor de finale, waar dus zestien schaatsers per sekse aan deelnemen. De schaatsers die aan het eind van een race als eerste, tweede en derde over de finish komen verdienen respectievelijk 60, 40 en 20 punten. Onderweg zijn er drie tussensprints waarbij 5, 3 en 1 punt klaarliggen voor de eerste drie.

Wie klopt Lee?
Thuisfavoriet Seung-Hoon Lee is bij de mannen dé kanshebber op het eerste olympische goud. De Zuid-Koreaan bewees op de ploegenachtervolging (zilver) en tien kilometer (vierde) in uitstekende doen te zijn. Daar komt bij dat Lee van alle deelnemers aan de massastart de meest indrukwekkende cijfers kan overleggen. Van de 28 wereldbekerwedstrijden die sinds 2011 zijn verreden op de massastart won de wereldkampioen van 2016 er met afstand het meest (zie onderstaande grafiek).

Bart Swings hoopt voor de eerste Belgische olympische schaatsmedaille sinds 1998 te zorgen.

Joey Mantia is één van de uitdagers van Lee. De Amerikaan volgde Lee in 2017 op als wereldkampioen massastart. Bart Swings, Livio Wenger, Andrea Giovannini en Peter Michael zijn andere kanshebbers die al meerdere keren hebben bewezen de massastart goed te beheersen. Dat geldt voornamelijk voor Bart Swings, die al vier keer een wereldbekeroverwinning behaalde. De massastart is de grootste en bovendien de laatste medaillekans voor de Belg.

En de Nederlanders dan? Erg kansrijk lijken die op voorhand niet voor eremetaal. Sven Kramer maakt in Pyeongchang nota bene zijn internationale debuut op de massastart en Koen Verweij kwam pas drie keer in wereldbekerverband in actie op het onderdeel, met een zesde plek als beste resultaat. Misschien krijgt bondscoach Geert Kuiper nog spijt van zijn keuze om Jorrit Bergsma, de beste Nederlandse massastartschaatser van de voorbije seizoenen, geen ticket te gunnen. Echter, op geen andere afstand ligt een verrassing dusdanig op de loer als op deze.

Het Duitse wonder
Bij de vrouwen is het lastiger om één topfavoriet aan te wijzen. Irene Schouten (wereldkampioen 2015), Ivanie Blondin (wereldkampioen 2016) en Bo-Reum Kim (wereldkampioen 2017) imponeerden de voorbije jaren het meest. Toch slaagde geen van het trio er dit seizoen in om een stempel te drukken bij de drie massastart-races die in wereldbekerverband werden verreden.

Die werden namelijk gewonnen door Ayano Sato, Francesca Lollobrigida en Claudia Pechstein. Ja, echt waar, Claudia Pechstein. Het 46-jarige Duitse wonder kan het nog steeds en heeft al aangegeven tot de Spelen van Peking (2022) door te willen gaan met schaatsen. Wie weet dat ze op die beslissing terugkomt als ze zaterdag een medaille verovert.

De tweede Nederlandse deelneemster is Annouk van der Weijden. De rijdster van Team Plantina heeft met haar vier wereldbekeroptredens op de massastart in elk geval meer internationale ervaring dan Kramer en Verweij bij elkaar, maar echt veel is het ook weer niet. Van der Weijden bewees met haar Nederlandse titel in januari wel dat er rekening met haar gehouden moet worden. En wie weet dat ze de frustratie van haar bittere vierde plek op de vijf kilometer heeft kunnen omzetten in een flinke portie positieve energie.

Powered by Calculate Your BMI
%d bloggers liken dit: